Transfer NIR kalibratiemodellen

Printervriendelijke versieSend by email

In het algemeen kunnen drie redenen onderscheiden worden om gepaste standaardisaties uit te voeren op opgemeten NIR-spectra voor het bekomen van een nauwkeurige analyse. Een eerste reden kan de verandering zijn in chemische en/of fysische samenstelling van de producten, die te wijten kunnen zijn aan kleine fysische/chemische verschillen zoals partikelgrootte, oppervlakte textuur, viscositeit,… Een tweede reden kan te wijten zijn aan het verschil in signaal output door verschillen in meetapparatuur bij het gebruik van twee verschillende toestellen of door driftverschijnselen (over tijd) wanneer de performantie van bepaalde onderdelen achteruitgaat. Grote voorzichtigheid moet dus ook geboden worden wanneer datatransfer gebeurt van spectra, opgemeten met verschillende types NIR-toestellen (zoals FT-gebaseerde systemen en dispersieve systemen). Een derde reden zijn mogelijke variaties in de omgevingscondities zoals temperatuur en luchtvochtigheid. Deze kunnen soms sterk het spectrum beïnvloeden waardoor datatransfer modellen noodzakelijk zijn om deze variaties te onderdrukken.

Omwille van de hierboven vermelde redenen is er dus dikwijls nood aan standaardisatie protocollen en modellen om deze variaties te minimaliseren en tot een nauwkeurige analyse te komen. De implementatie van dergelijke protocollen vermijdt het opstellen van nieuwe (tijdrovende en dure) kalibratiemodellen wanneer nieuwe toestellen in gebruik worden genomen en/of er variabele procescondities zijn. Met betrekking tot deze standaardisatie protocollen kan er een onderscheid worden gemaakt tussen passieve en actieve datatransformatie methoden. In het eerste geval moet er geen effectieve datatransformatie, door stalen op te meten met twee verschillende toestellen, doorgevoerd worden terwijl deze analyse wel moet gebeuren in de tweede situatie. In dit advies worden de verschillende standaardisatieprotocollen in detail toegelicht.